Tennis verhalen

-- Mejor

-- 'deelt

-- zijn ervaringen

De mooiste Backhand

Het gebeurde een aantal jaar geleden tijdens een open dag rolstoeltennis welke ik organiseerde in de buurt van Rotterdam.

 

 In die tijd trainde ik de 'rolstoelers' van het District Rotterdam. Voor deze dag konden we gelukkig aardig uitpakken, omdat veel bedrijven en instanties direct hun medewerking wilden verlenen. Zo hadden we diverse stands met de nieuwste rolstoelen en materialen, een sportfirma met allerlei soorten rackets en kleding, ook waren er afgevaardigden van verschillende sportbonden. Vanuit bijna de hele Randstad was men gekomen om kennis te maken met rolstoeltennis. Na diverse demonstraties en voorbeeldoefeningen, die in trainingen gebruikt worden, mocht iedereen ook zelf aan een introductietraining deelnemen.

 

 Zo had ik op mijn baan Marjolein uit Leiderdorp, ze was moeder van twee prachtige, lieve kinderen en door een verkeersongeval in een rolstoel terechtgekomen. Kleine stukjes in huis kon ze nog lopend afleggen, maar 'normaal' sporten was uitgesloten voor haar. Ze had in de omgeving Den Haag al eens wat lessen gevolgd omdat tennis een van de weinige sporten was die haar zo boeide. Heel voorzichtig kwam ze naar me toerijden, ik kon direct zien dat ze met iets worstelde. "Hans", zei ze zo zacht dat alleen ik het kon verstaan. 'Ik eh, ik denk niet dat ik mee kan doen en moet je iets bekennen'. Op een fluistertoon vroeg ik zo onopvallend mogelijk: 'Wat is je probleem?' 'Ik kan nog geen backhand slaan, de trainer zei dat dat nog een beetje te moeilijk voor me was.' Ik haalde opgelucht adem. Dat probleem was op te lossen. Ik heb haar gerust gesteld en gevraagd of ik haar als proefpersoon mocht gebruiken. 'Binnen vijf minuten sla jij een backhand', zo verzekerde ik haar. 'Jou lukt het, vertrouw me maar'.

 

 Ik heb Marjolein naar de kant van het publiek laten rijden en haar pal voor het publiek neergezet. Ten overstaan van iedereen heb ik haar in vier stappen de complete slag uitgelegd; de greep van het racket, waar ze de bal moest raken ten opzichte van haar stoel, het moment van inzetten naar voren en de lus beweging van de backhand. Op de vraag of het allemaal duidelijk was knikte ze instemmend. 'Ok’, zei ik, 'Ik laat zo direct de bal vallen en op het hoogste punt na de stuit sla jij met je backhand de bal naar de overkant. Ik vermoed dat marjolein nog zenuwachtiger was dan ik; het kon namelijk ook zo vreselijk misgaan...

 

 Ze stond gespannen klaar, het was doodstil in de hal. Van schouderhoogte liet ik de bal vallen, het publiek volgde de bal gespannen, daar was de stuit, de zwaai en de klap. Alles viel op zijn plaats, ze raakte 'm perfect en als een streep vloog de bal over het net naar de overkant. Het bleef nog hel even stil; heel even maar. Toen brak het applaus los. Haar backhand! Haar succes! Om nooit te vergeten Marjolein keek mij aan en kon het zelf nauwelijks geloven.

 

 De tranen stonden in haar ogen...en niet alleen in die van haar.

 

 'Ik wil er nog een bal!' riep ze met een brok in haar keel, waarop iedereen in de lach schoot.

 

 Natuurlijk heeft Marjolein meegedaan met de training en heeft volop genoten van de rest van het hele programma. Ze werd aan het eind van de middag zelfs gevraagd om met twee sterke heren en een dame mee te spelen in en mixed dubbel. Drie weken later lag er een kaartje in mijn brievenbus; van Marjolein, waarin ze me bedankte voor de onvergetelijke middag. Ik heb via de tennisbond haar adres weten te achterhalen en haar bedankt. Het was tenslotte haar backhand.

Clinic Barcelona

In het jaar 2000 mocht ik mijn mentor, Luis Mediero, assisteren bij een grote clinic in Barcelona. Op de accommodatie van de beroemde familie Sanchez werd een poging ondernomen om een vermelding te krijgen in het Guinness Book of Records. Het plan was om 250 mensen tegelijkertijd een 'serviceles' te geven op alle banen van het park. De accommodatie is tegen een berg op gebouwd en bestaat uit diverse etages. Alles is even sfeervol en luxe ontworpen, aangelegd en ingericht. De clinic was groot nieuws; alle kranten, sportbladen en zelfs de Catalaanse televisie had een delegatie naar Barcelona gestuurd. Het was een drukte van jewelste.

 

 Luis Mediero, meerder keren uitgeroepen tot beste tennisleraar ter wereld, stond op een hoogwerker en alle assistenten voerden zijn instructies uit op de baan. Het was een geweldige dag; alle deelnemers rouleerden over diverse banen en heb ik die dag echt honderden mensen voorbij zien komen. Mijn 'reputatie' was mij al vooruit gehold. Bij elke nieuwe sessie was er wel iemand die vroeg: "Eres el Holandes verdad?". Jij bent die Hollander is het niet? "Si, soy." Ja, dat ben ik was steevast mijn antwoord. "Y ahora, trabagamos!". En nu aan het werk!

 

 Natuurlijk onthoud je ook bepaalde personen tijdens zo'n dag. Zo had ik direct een zwak voor dat hele kleine, maar zo fanatieke mannetje. Juan, 10 jaar, veel te klein voor zijn leeftijd, maar zo fel en temperamentvol dat je hem gewoon niet zou kunnen vergeten. Hij werkte zo ontzettend hard en wilde niet onderdoen voor zijn leeftijdsgenoten. En ja, ik heb hem op bepaalde puntjes gematst! Gewoon, omdat ik bewondering had voor de vechtlust, het fanatisme en de winnermentaliteit die deze knul.

 

 Natuurlijk was het na afloop, geheel volgens de Spaanse traditie, groot feest compleet met de prijsuitreiking. En toen gebeurde het.

 

 Alle deelnemers mochten naar de cadeautafel komen om iets uit te zoeken. De lange tafel lag vol met schoenen, trainingspakken, shirts, shorts, sporttassen, schoenen, posters, stickers en speldjes. Ook Juan mocht iets uitkiezen, maar het lukte hem niet. Het was een aandoenlijk gezicht. Een klein dralend kereltje wat het even niet meer weet. Uiteindelijk vroeg hij schoorvoetend aan Luis of hij een poster en een pin van Patrick Rafter mocht hebben, zijn idool. "Natuurlijk mag dat!, zei Luis. "Weet je, ik geef je er ook nog een sticker bij!" Trots als een pauw, gewapend met poster, pin en sticker in zijn handen rende hij naar zijn vader om zijn trofeeën te laten zien. "Tengo tres premios" Ik heb drie cadeaus, riep hij nog.

 

 Zijn vader keek er nauwelijks naar en sprak Juan stevig toe. Ik kon niet horen wat er gezegd werd, maar het werd me al snel erg duidelijk. Hij had zijn zoon opdracht gegeven om direct terug te gaan naar de tafel en iets anders uit te zoeken: de cadeaus die Juan uitgezocht had waren niet groot en duur genoeg... Ik zag Juan naar de tafel komen, het koppie gebogen en de tranen biggelend over zijn wangen. "Quiero cambiar", Ik wil graag ruilen, sprak hij zachtjes, door zijn tranen heen.

 

 Mijn hart brak, dat van Luis gelukkig ook. "no necesitas", dat hoeft niet,was het enige dat Luis zei. Hij pakte de microfoon en sprak alle aanwezigen toe. Tot slot riep hij 'Juan' uit tot 'el talento del dia', de meest talentvolle speler van de dag. Luis gaf hem een trainingspak, twee shirts en short, sokken, schoenen, een sporttas en twee tennisrackets. Het applaus was oorverdovend en hield minutenlang aan. Kleine Juan was de held van ons allemaal. Zonder het er ook maar met een woord over te hebben, heeft Luis de kleine Juan en zijn vader gegeven wat ze zo vreselijk verdienden.

Brian, El Campeon del Mundo

's Zomers gaf ik altijd les in Spanje, zo ook in die van het jaar 2000. Ik werkte dan bij de tennisschool van een hele goede vriend van mij. Vincente Majola runde 'La Closa' samen met zijn vrouw Marga, zoon Marc en dochter Alba. Op drie grote en even zoveel minibaantjes verzorgden zij passievol de trainingen aan voornamelijk kinderen. Zowel beginners als zeer talentvolle spelers kwamen graag diverse middagen per week naar de tennisbaan. Alle cursisten vonden het reuze interessant dat er in de zomerperiode ook een hollander rondliep en al helemaal dat 'ie nog spaans sprak ook. Halverwege de zomer kwam Jaime het park oplopen; hij was een van Vincente's beste vrienden en vroeg of er misschien een plekje was voor zijn zoon; hij had het al overal geprobeerd maar bij geen enkele andere club was er plaats voor Brian. Natuurlijk had Vincente plaats, hij had of maakte plaats voor iedereen. En zo werd het voor mij, niet alleen een warme, maar ook hartverwarmende zomer.

 

 Brian was een jongen met een 'syndroma'. Gekromde knuistjes, wat kortere beentjes en had wel wat weg van een jongen met het syndroom van down. Ik kwam er al snel achter dat Brian geen domme jongen was; integendeel. Het ging wel allemaal wat langzamer bij hem, maar wat eenmaal in zijn koppie zat, verdween ook niet meer. Helaas wordt iemand met een 'syndroom' in Spanje niet altijd serieus genomen en als tweederangs burger beschouwd. Men laat zo'n persoon een beetje links liggen. Zelf heb ik daar grote moeite mee, maar ik kan in mijn eentje het systeem ook niet veranderen; ”'s lands wijs, 's lands eer.”

 

 Stap voor stap heb ik hem de slagen aangeleerd. We zijn begonnen met de forehand, "el derecha" en al snel lukte het hem de bal goed te raken en een beetje te sturen. Voor de dubbelhandige backhand had Brian aanzienlijk minder tijd nodig en zo gebeurde het dat we al op de eerste middag, op het miniveld, heen en weer stonden te tikken. Andere kinderen uit zijn groep, waaronder Rafa en Pau zagen zijn vorderingen en boden spontaan aan om met Brian te oefenen. De rest van de eerste week heb ik, met een onderhandse service veel punten gespeeld en hem de puntentelling geleerd.

 

 Wanneer ik 'per ongeluk' een bal uit sloeg stond hij met beide armen in de lucht en riep: "Punto para mi!" Omdat het zo goed met hem ging en ik als "el entrenador" met Brian speelde, wilden de anderen ook graag dat hij meedeed met de groep. Hij werd door iedereen onvoorwaardelijk geaccepteerd en gewaardeerd. Toegegeven; Brian was geen ster, maar kon wel meekomen!”In de tweede week heeft Brian geleerd om bovenhands te serveren, een echte tie-break te spelen en mee te doen met zijn leeftijdsgenoten op het grote veld.”

 

 In de laatste week van augustus waren er de jaarlijks terugkerende kampioenschappen van 'La Closa'. Op zaterdag werden alle finales gespeeld en was er, na de prijsuitreiking, geheel volgens de Spaanse tradities, een groot feest voor zowel de kinderen als ouders en familie. Op de vrijdag, voorafgaand aan de finales, heb ik mijn plan aan Vincente voorgelegd en gevraagd of hij het er mee eens was. Gelukkig was hij razend enthousiast.

 

 Het was een prachtige zaterdag; vaders, moeders, opa's, oma's en familie langs de lijn om hun talenten aan te moedigen. Na de 'grote' finale vroeg Vincente alle ouders om te blijven staan voor een 'demonstracion muy speciale', daarna zou hij de prijsuitreiking verzorgen en kon men uitgebreid gaan eten en drinken. Iedereen wachtte gespannen af.

 

 Brian en ik kwamen hand in hand de baan op lopen. De kinderen uit zijn groep begonnen te klappen, de ouders deden nog even niets. Vincente kondigde aan dat Brian en ik, om de zomer af te sluiten een echte tie-break zouden spelen. Brian won de toss en mocht beginnen met serveren. Het eerste punt won hij na een lange slagenwisseling. Het tweede punt besliste hij met een echte volley. Tijdens onze partij werd elke goede bal van Brian met gejuich begeleid en kreeg applaus bij elk punt dat hij scoorde. Natuurlijk won hij van mij! Hij heeft er hard voor moeten werken maar hij won. met 7-5.

 

 Ik had op de vrijdagavond, voorafgaand aan de finales, in de stad een beker gekocht en deze laten graveren met de inscriptie "Campeon del Mundo" en die heb ik Brian, tijdens de prijsuiteriking overhandigd. Compleet verbaasd nam hij zijn prijs in ontvangst, klemde zijn knuistjes om de bokaal en begon voorzichtig te lopen; een echte ereronde over het centre court. Iedereen klapte, alleen voor hem!

 

 Brian groeide; hij had gewonnen; sterker nog: hij was wereldkampioen! Hij zette de beker op zijn hoofd en maakte een buiging naar het publiek. Om zijn triomf compleet te maken heb ik hem op mijn schouders gehesen en nog een klein rondje gemaakt. Er zijn veel foto's van gemaakt, niet alleen door twee trotse ouders, maar ook, naar wat later bleek, door de fotograaf van de plaatselijke krant.

 

 De donderdag daarop sloeg ik tijdens mijn lunch de "Noticias del semana" open. Daar stonden we, op de voorpagina van de sportkatern: Brian op mijn schouders met de beker in zijn handen. De kop luidde: El Campeon del mundo. In Vinaros was hij nu iemand. Iemand? Nee, Brian was de kampioen!

 

 Toen ik, in begin juli 2001, na een vermoeiende reis met veel vertraging, even languit op mijn hotelbed lag bij te komen en even helemaal niets meer wilde, werd er zachtjes op mijn deur geklopt. Eigenlijk wilde ik de deur niet opendoen en had het liefst het kussen over mijn hoofd getrokken. Opnieuw klonken er drie zachte tikken op de deur. Ik stond op, trok mijn slippers aan en deed de deur open. Daar stond hij, in zijn trainingspak en 'gewapend' met zijn racket. "Vamos a jugar un partido?", vroeg hij. "Zullen we een potje?" "Con tigo? Met jou?" antwoordde ik. "Con tigo siempre!" Met jou altijd!" We zijn naar de tennisbaan gereden, ik heb het hek opengemaakt, het licht aangedaan en een uurtje met hem getennist. Wij samen, zonder publiek. Later die avond, toen Brian tevreden en moe gestreden in zijn bed lag, heeft zijn vader mij uitgelegd dat hij die middag al twee keer bij het hotel was geweest om te vragen of ik er al was.

 

 Nu, jaren later, word ik nog elke dag prettig herinnerd aan deze heerlijke zomer; het lijstje met de foto staat prominent op mijn schrijftafel.

Catalaans

Als het niet te snel gaat kan ik de Spaanse taal aardig verstaan en spreken. Voor een echte Spanjaard spreek ik het als een slak. Ik spreek namelijk netjes alle klinkers en medeklinkers uit en maak mij dus op die manier verstaanbaar. Zo heb ik het ook van juffrouw Tina uit Nieuwerkerk geleerd. Maar als zo’n “Spanjool” echt begint te ratelen en, net als een Italiaan of Fransman de helft inslikt, haak ik af. Omdat men in “mijn dorp” wel wist dat ik zo’n “Hollandes” was hield men in het algemeen wel rekening met het tempo. In “mijn tijd” was Louis van Gaal de hoofdtrainer van Barcelona en als er iets is dat leeft in Spanje, dan is het wel voetbal. In elke kroeg of restaurant staat de televisie aan en het is daar de gewoonste zaak van de wereld dat er naar het voetbal gekeken wordt tijdens het eten.

 

 Nou boterde het even niet zo tussen de spelers van Barça en de trainer. Er waren wat discussies gaande over opstellingen, speelwijzen en sterspelers die op de bank zaten. En als er een discussie is in Barcelona, dan wordt die ook gevoerd in het hele land. Waar Nederland 16 miljoen bondscoaches hebben is het daar nog een graadje erger; zeg maar graad erger!

 

 Zo ook in het café van Victor, gelegen aan de Plaza Major. Het plein waar iedereen `s avonds bij elkaar komt om de toestand in de wereld te bespreken. In Victor’s kroeg kon ik gebruik maken van zijn internetverbinding en was net klaar om iedereen in Nederland even op de hoogte te stellen van mijn ervaringen. Ik zat aan de stamtafel een quinto, een klein biertje, te drinken. Verder waren alle tafeltjes bezet. Ik zat tussen een paar “rasechte Catalanen”. Redelijk tandeloos en al zwaar gepensioneerd. Ze kenden me wel; van de foto`s in de krant, de zaterdagen op de boulevard en wisten dat ik uit Nederland kwam en in hun dorp werkte.

 

 Een van de oude mannen nam een slok en zei: “Lo mejor problema de van Gaal es la idioma” Het grootste probleem van van Gaal is de taal. ¿Porque? vroeg ik. Waarom? Dat had ik beter niet kunnen doen er kwam `n grote waterval van woorden over me heen. Catalaans wel te verstaan er was geen speld meer tussen te krijgen. En haarfijn werd mij het probleem uitgelegd. Soms knikte ik, uit beleefdheid, af en toe zei ik: “Si claro”. Ja, duidelijk. En ook antwoordde ik: “Si, soy”.Ik weet het, zeker als men mij vroeg:”Savez”. Weet je. Victor was inmiddels bij ons komen staan en mengde zich in de discussie. Hij stookte het vuurtje nog wat verder op en de oude man was in alle staten. Na enige tijd zei Victor lachend tegen de oude man: “Pero, savez”. Weet je. ”e hebt nu het hele verhaal uitgelegd aan deze man”, wijzend naar mij. Maar hij spreekt geen Catalaans, je zult het nog een keer in Valenciano moeten doen. Victor maakte dat hij wegkwam en dat was maar goed ook, want er vloog letterlijk een wandelstok door de zaak. De oude man’s vrienden lagen over de tafel van het lachen.

 

 En ik? Ik kreeg ook een enorme “uitbrander” van die ouwe. In keurig “hoge school Spaans” en dus ook prima te verstaan en te begrijpen. We hebben er met elkaar een borrel op gedronken en naar de wedstrijd van Barcelona tegen Real Madrid gekeken. Barcelona won, het was op het nippertje en met veel mazzel, maar ze sleepten de drie punten uit het vuur. En mijn oude vrienden? Die gingen helemaal door het geluid toen Roberto Carlos bleef staan en Patrick Kluivert op aangeven van de Boer het winnende doelpunt binnentikte. Ik ben die avond omhelst en gekust door “mijn oude vrienden” Simpelweg omdat die “Hollanders” de wedstrijd beslist hadden. En in Catalonië is het zo: het maakt niet zoveel uit wie er kampioen van Spanje wordt, zolang het maar niet de koninklijke uit Madrid is want wat hebben ze daar een hekel aan Real.

een Dorp

Het was zaterdagavond. Alle kinderen hadden lekker getraind en waren weer thuis. Het tennis bij de school van “La Closa” was inclusief vervoer; zowel Vincente als ik reden met een bus door het dorp om vooraf de kinderen op te halen en ze na de training weer thuis te brengen. Op zaterdag om een uur of acht was alles klaar. Dan was het een kwestie van douchen, omkleden en richting boulevard. Op zoek naar bekenden om samen iets te eten of te drinken. Op zoek is in dit geval redelijk overdreven want de hele school, inclusief ouders, broers, zussen en andere familieleden verzamelden zich hier. Na een “kleintje pils” op het terras werd het de plaatselijke pizzeria, met een mannetje of veertig. Alle tafels en stoelen gingen kriskras door de zaak en iedereen had een mooie plek. Het was gezellig. Salades vooraf, pizza’s als hoofdgerecht en tiramisu als toetje. En natuurlijk dronken we een likeurtje bij de koffie. Op een gegeven moment hebben we de koffie overgeslagen en alleen de likeurtjes besteld, het werd gezelliger, luidruchtiger en vooral later. Ver na middernacht liep ik op het gemak over de boulevard richting mijn appartement, voor de soapliefhebbers, gelegen aan de “Calle de Santa Barbara”, een klein kwartiertje lopen vanaf het stadshart. Naast mij stopte de landrover van de Policia Local, de plaatselijke politie. Achter het stuur zat Dino Arnau, de vader van Maria, een lief en talentvol meisje dat bij mij trainde. Ik had al diverse keren gezellig bij de familie gegeten.

 

 ¿A donde vas?, waar ga je naartoe?, vroeg hij.

 

 “A la casa, para dormir”, naar huis om te slapen, antwoordde ik.

 

 “Entra” zei hij, stap maar in. “We brengen je wel even”.

 

 En nietsvermoedend stapte ik bij Dino en zijn collega achterin. Ik zat relaxed en op mijn gemak op de achterbank van de jeep en was blij dat ik niet hoefde te lopen. Wel hoorde ik ze iets tegen elkaar zeggen in onvervalst Catalaans en vervolgens lachen. Het ging langs me heen, ik spreek Spaans, en echt geen Catalaans. Niet lang daarna vroegen ze me nog of het gezellig geweest was, toen spraken ze ineens wel keurig “hoge school Spaans”. En ik vertelde dat we met een hele club lekker hadden gegeten.

 

 Een meter of tweehonderd voor “mijn straat” gebeurde het. Op de grote kruising. Dino stopte plotseling, bewoog zijn rechterhand richting dashboard, gooide een paar knoppen om en toen werd mij een hoop duidelijk... met gillende sirenes en zwaailicht reed hij stapvoets de straat in. Overal gingen lampen aan, werden gordijnen opengeschoven en iedereen wilde weten wat er, midden in de nacht, aan de hand was. Misschien wel eenn vechtpartij, een overval of een inbraak. Precies voor mijn deur stopte de auto, de sirenes en de zwaailichten niet.

 

 “Eres en la casa”, riep Dino schaterend van de lach. “Jij bent thuis.”

 

 “Y buenas nochas”, welterusten!

 

 Uitstappen was geen pretje. Ik wist ook niet hoe snel ik de deur van de ingang open moest krijgen. Ik ben naar de eerste etage gevlogen en heb heel snel de deur achter me dichtgesmeten. Toen ik uit mijn raam naar beneden keek zag en hoorde ik de twee agenten schaterlachen en wijzen. Ze stonden uitgebreid verhaal te doen tegen al “mijn buren” in de straat, ook zij moesten er om lachen. Gelukkig nam het geroezemoes snel af en keerde de rust in de straat weer. Ik ben toen lekker mijn bed ingedoken en dacht dat het leed geleden was. Mijn grootste probleem kwam pas de volgende morgen. Toen moest ik op het kerkplein, voordat de mis begon, aan het halve dorp uitleggen waarom ik door de politie was thuisgebracht. Dat heb je nu eenmaal in een dorp; nieuws en sensatie gaan als een lopend vuurtje.

 

 Vanuit mijn ooghoek zag ik Dino lachen, hij keek wel uit en bleef ver uit mijn buurt. Op dat moment kon ik hem wel villen, later hebben we er hard om gelachen. Maar dat ik toen vreselijk in de maling ben genomen, was wel heel duidelijk. Waarschijnlijk was het mijn “straf” voor alle geintjes en kunstjes die ik anderen heb geflikt.

Familiedag

In mijn “Spaanse periode” heb ik veel en vooral heel snel geleerd. Op zaterdagmiddag, dat is in Spanje om een uur of acht `s avonds, eindigde de week en was zondag de rustdag. Mijn eerste vrije zondag sliep ik uit, luierde wat, kocht een krantje en verdween, gewapend met een klapstoel richting strand. `s Avonds een hapje gegeten in een “vers vis” restaurantje en op maandag weer fris aan de slag. Toen ik op maandag met de bus van de tennisschool de kinderen op ging halen vroeg bijna iedereen: “Waar was je nou gisteren?” waarop ik antwoordde:”Nou, gewoon thuis”. Dat was dus helemaal niet de bedoeling! Zowel de kinderen als hun ouders hebben mij ter plekke even “haarfijn” uitgelegd dat de zondag “el dia del familia” is en dat je die dus gezamenlijk doorbrengt.

 

 Vanaf dat moment was ik elke week wel en familie lid van.

 

 Om een uur of half tien ga je naar de mis, niet dat de dienst dan al begint maar je praat wat met iedereen op het plein voor de kerk. Om tien uur gaan de deuren open en ga je naar binnen. Rond half twaalf ga je even naar huis en vervolgens direct richting boulevard, een terras dus. Daar ontmoet je elkaar weer en dan is het inmiddels hoog tijd om iets te eten en te drinken. Mijn eerste bestelling was een cafe con leche, koffie met melk. Wederom helemaal fout!

 

 Een cortados, koffie met cognac of whiskey, kon nog net, dat wilden opa’s en oma’s nog wel eens drinken, maar eigenlijk was de ongeschreven wet dat je een goed glas wijn nam of een koud biertje om de mis te laten zakken. En daar zat ik dan, op zondag om twaalf uur, met een halve liter bier voor mijn neus een biertje. Om je even een idee te geven: Je hebt de hele week lekker maar hard gewerkt, je bent best nog een beetje moe van alle uren, het wennen aan de taal en het warme zonnetje elke dag ruim vijf en dertig graden. Elke slok sloeg het maag en darmkanaal over en zakte met een razende vaart in mijn benen. Ook daarvan heb ik heel snel en veel geleerd. Na deze eerste familiedag zorgde ik er wel voor dat ik op het terras direct aan het eten sloeg. Volgens mij is dat nou precies waarom ze tapas hebben uitgevonden. Een slok en direct een lekkere snack er achteraan. Hier in Nederland heet dat een “bodempje leggen”. En de hapjes daar zijn echt niet te vergelijken met die van hier. Hoe vers wil de inktvis of sardines hebben? Rond een uur of twee `s middags voeren de visserboten de haven van Vinaros binnen. En wat te denken van de echte, onvervalste Spaanse salami? En als het echt een gezellige zondagmiddag werd, kwamen de gamba`s con ayoli garnalen die een polonaise dansten vanwege de hoeveelheid knoflookboter waar ze in gebakken waren; geen mug die het nog waagde om binnen een straal van een meter of tien van je te komen. En ja, ik kon gewoon met de ramen en luiken open slapen. Calle de Santa Barbara lag hemelsbreed nog geen 80 meter van het strand aan de Middellandse Zee.

 

 Bang zijn voor de eventuele knoflooklucht, voor de volgende dag hoede ik niet te zijn. Iedereen stonk een uur in de wind naar dit heerlijke goedje! Het was zelfs zo dat wanneer ik een weekje over was in Nederland men mij met verwijtende blikken aankeek. Overal waar ik was geweest hing nog een paar dagen een enorme knoflooklucht.

Kattekwaad

In Spanje grijpt men bijna elke gelegenheid aan om ergens een feestje van te maken. Zo hebben ze daar ook veel meer feestdagen dan hier. En op feestdagen wordt niet gewerkt! Dan wordt er gefeest, met andere woorden: veel gedronken, gegeten en gedanst. Meestal grepen wij de gelegenheid met beide handen aan en scheurden met een koppeltje “kwajongens” richting Barcelona. Even een weekendje lol maken. Een van de voornaamste redenen dat ik mee mocht was dat ik een “neus” had voor de Hollanders en ze op grote afstand kon herkennen en aanwijzen. “In de kleine haven” heb je een kabelbaan die je van de ene naar de andere kant brengt. Als je er inzit heb je een prachtig uitzicht over een deel van de stad. Ons doel was om, samen met een club Hollanders, te herkennen aan witte tennissokken in sandalen, nog redelijk bleke gezichten, korte broeken en een mobiele telefoon in een foedraal aan de riem, in zo’n cabine te gaan zitten. En halverwege de vaart gebeurde het: wij begonnen heel stiekem te schommelen, van heel langzaam tot snel. Voordat iedereen het goed en wel in de gaten had, danste de cabine zowel heen en weer als op en neer. En als zo’n gevaarte eenmaal danst op de kabels hoef je niets meer te doen dan onopvallend meedeinen. Natuurlijk wisten wij dat er verder niets kon gebeuren, we zaten er zelf ook in. Maar het was een prachtig gezicht hoe iedereen dik in de stress zat. De truc lukte meestal maar een keer per dag. Wanneer we veilig en wel aan de overkant waren en uitstapten, werden we herkend door de bewaking. Sommigen konden er wel om lachen, anderen scholden ons het stof uit de schoenen.

 

 Als we “klaar” waren bij de haven pakten we meestal de metro richting “Sagrada Familia” de kerk van Gaudi. Een van ons bood zich aan als gratis “gids”. De kunst was om na een rondleiding beneden een hele groep de eerste trap op te loodsen. En als ze eenmaal de eerste trap hadden beklommen, was er geen weg terug, dan moesten ze het hele rondje maken. Inclusief alle treden van alle trappen van de toren. (Google maar even voor het exacte aantal.) Het was namelijk veel te druk om weer tegen de stroom in naar beneden te lopen. En de “gids”? Die zou als laatste gaan, met de nadruk op zou. Hij ging namelijk niet. Degene die de meeste mensen de trap op had gestuurd was winnaar en hoefde niet te betalen voor de tapas en het bier.

 

 Wel zwaaiden we altijd nog even naar de groep wanneer ze op het eerste platform stonden. Daarna trokken we een sprintje richting een gezellig terras. Op de ramblas, de meest toeristische straat van Barcelona. Hij is anderhalve kilometer lang en ligt tussen Plaza de Catalunya en het monument van Columbus in. Een echt voetgangersgebied waar je veel straatartiesten en mimespelers vindt. Helaas ook veel oplichters, die “balletje-balletje” spelen en gewiekste straatrovers en zakkenrollers. Het is er 24 uur per dag, 7 dagen per week druk. Het is daar echt een kwestie van op je spullen letten en je niet laten afleiden anders loop je het risico dat je een portemonnee, een telefoon of een camera kwijt bent. We hebben in die weekenden ook best een aantal toeristen “gered” door ze te wijzen op het gevaar. Voor ons was het tenslotte maar kattenkwaad. En als wij op onze eerste werkdag weer breed grijnzend op het park verschenen, was Vincente’s enige vraag: “¿Quanto?” Hoeveel? “Genoeg!” riepen wij dan in koor. Natuurlijk wist hij van onze capriolen en streken en volgens ons was hij graag een keertje meegegaan. Al was het maar om alles van een afstandje te volgen. En natuurlijk was het zijn taak om ons te waarschuwen en te zeggen dat we ons netjes moesten gedragen. En natuurlijk wist hij ook dat het een kansloze waarschuwing was. Hij was zelf ook ooit jong! En als wij met elkaar, onder het genot van een biertje, herinneringen ophaalden, was Vincente altijd een en al oor! “Mas, mas, quiero mucho mas”, riep hij dan altijd. “meer, meer, ik wil nog veel meer.” En met veel plezier vertelden we onze “ervaringen”.

 

 En ja, er zijn ook verhalen die niet heel gemakkelijk door de beugel kunnen: zoals “het meisje van de bakkerij”, “vijf vrije jongens in de Baja Beach Club”, “heibel in de kroeg”. Maar die bewaren we dus even voor een andere gelegenheid.

Lekker weer

Jaarlijks werd het open toernooi van de provincie Castellon georganiseerd. In alle categorieën. In die tijd kende men in Spanje drie niveaus. Niveau 3 waren de recreanten en beginners, niveau 2 was de vergaarbak van alles en iedereen. En iedereen die niveau 1 op zijn pasje had staan behoorde tot de beste 500 van het land. Enig idee hoe veel inwoners dit mooie land telt?

 

 Op mijn pasje stond niveau 2, ik kon in die tijd een zeer fatsoenlijke bal slaan en trainde regelmatig en een aantal uren per week. Voor competitie had ik helaas geen tijd; een uitwedstrijd in de buurt was al gauw een uur of 6 met de bus. In andere gevallen moest het team met het vliegtuig en een hotel boeken. Voor mij was dat, met alle trainingen en het werk op de tennisschool die verzorgd moesten worden, niet te combineren. Deelnemen aan het toernooi van de regio Castellon gelukkig wel, het viel in de laatste vakantieweek. Toernooien zijn in Spanje erg populair. Er worden hele grote bekers uitgereikt en het prijzengeld is voor deelnemers echt interessant. En dat geldt voor alle categorieën. Vandaar dat een schema van 128 deelnemers echt geen uitzondering was. Mijn eerste wedstrijd was een hele leuke. Met een sportieve tegenstander hebben we er een hele leuke partij van gemaakt. Veel kinderen en ouders van “mijn school”, La Closa langs de kant. Ik won en mocht een rondje verder. De volgende twee rondjes kwam ik redelijk makkelijk door; daarna werd het een stuk zwaarder. In de vierde ronde speelde ik tegen een goede jeugdspeler van Benicarlo. Ik kende hem een beetje en wist dat hij heel hard kon slaan als hij de ballen met een beetje vaart kreeg. Ik heb die wedstrijd geen bal doorgeslagen en alleen maar “spin” getrokken en “hoeken” gemaakt. Het was niet mooi, wel effectief en dankzij het “foutenfestival” van hem ging ik door. Gelukkig voor mij vond in de andere helft van het schema vond een ware slachting plaats.

 

 De finale. altijd op zondag 14:30, voorafgegaan door een hele ceremonie. Ballenjongens- en meisjes, tassendragers en een tribune vol. Temperatuur 38°C, op de baan 43°C Het publiek zat onder het afdak van de tribune droog te koken. Wij stonden in het volle zonnetje. De gravelbaan was wel gesproeid maar toch, ik had kansen, dat wist ik. Vanuit mijn vastheid moest ik geduldig mijn kans afwachten en waar het kon als een sluipmoordenaar oplopen en met de volley het punt beslissen. De gekozen strategie was prima. Ik kon druk zetten en aanvallen, alleen met de volleys ging het in de eerste anderhalve set grandioos mis! Ik sloeg ze het net in, parkeerde ze in de tramrails, knalde ze uit en speelde ze in het blad van mijn tegenstander. Eerste set 6-3 verloren en met 2 -1 achter op eigen service miste ik op 30 - 40 een niet te missen smash. 3 - 1 achter dus. Een bijkomend voordeel was dat men een “Oud Hollandse” scheldkanonade niet helemaal komnden volgen en verstaan, dacht ik. Behalve als er ook een paar Nederlandse vrienden op de tribune zitten, oeps. Foutje bedankt! Het luchtte wel enorm op; ik ben in de volgende games nog dichter op het net gekropen en heb de ballen gewoon weggekaatst, kort, direct naar de grond en de baan uit. Vanaf dat moment ging het lopen en kon ik eindelijk de punten scoren. Ook had ik toen eindelijk door dat mijn tegenstander linkshandig was, en dus ook andersom moest gaan denken! En vanaf dat moment was het klaar; ook een trainer is soms net een echt mens.

 

 In deze partij die bijna drie uur heeft gediuurd, heb ik twee bespanningen stukgeslagen, twee keer een droog short aangetrokken, drie keer sokken gewisseld, ben halverwege op andere,droge schoenen gaan spelen, heb in totaal 4 keer een droog shirt aangedaan en heb meer dan 6 liter sportdrank gedronken. Wel mocht ik aan het eind van de middag de beker in ontvangst nemen! Of dit alles het waard was? Meer dan dat. Toen men mij zocht voor de prijsuitreiking zat ik nog steeds onder de douche. Echt waar! Op een plastic tuinstoel, die ik vanaf het terras had “geleend”. Onder een lauwe douche zat ik mijn blaren te tellen toen ze me kwamen waarschuwen. En natuurlijk hebben ze dat tijdens de prijsuitreiking ook uitgebreid aan alle aanwezigen verteld.

 

 Op maandag aan het eind van de ochtend ben ik, op mijn slippers en met de tranen in mijn ogen naar de fysiotherapeut gestrompeld. Zij heeft mijn benen gemasseerd, mijn blaren ingetaped en mij geholpen met het aantrekken van mijn tennisschoenen. De veters eruit, de schoenen heel voorzichtig over mijn voeten geschoven en daarna de veters ingeregen. De trainingen gingen namelijk weer “gewoon” van start. De maandag viel, in vergelijking met de dinsdag nog redelijk mee, de echte spierpijn komt pas op de tweede dag. En helemaal als je dan een relatief lange dag hebt met een ochtend- een middag- en een avondsessie, inclusief een aantal privé trainingen. ¿Hace bien tiempo hoy,non? Lekker weertje vandaag, vind je niet?

 

 “Si, fantastico”. Ja geweldig, antwoordde ik en lachte als een boer met “spierpijn”.

 

 De beker heb ik nog voor altijd!

Mejor Sports voor echt beter tennis

Onze Noticias nieuws brief kan je hier online lezen

Nieuwsbrief lezen.  Je kunt je hier aan- of afmelden.

Mejor Sports

Capelse weg 35

2907 XA   Capelle ad IJssel

 

T 06a55 88 61 01

E info@mejor.nl

Voorwaarden

AVG privacy statement